Alle columns
 
 
U kunt zoeken op: ISBN, titel en auteur.
 
Uw adres wordt niet gedeeld met derden.
 
 
Een dikke joint

De dochter van de slager gaat op reis.
Ik kom elke week wel een keertje bij de boucherie, in de Rue de la grange-aux-belles. Het is een echte buurtwinkel, waar de klanten op zaterdagochtend op de stoep voor in de rij staan, waar de meest trouwe kopers (voornamelijk oudere dames, van wie sommigen bij het boodschappen doen worden begeleid door een zwarte hulp in de huishouding) met veel respect worden begroet (bonjour, madame Dubois), waar heel voorzichtig grapjes worden gemaakt, waar de baas (met wit mutsje op zijn hoofd) en zijn medewerker achter de toonbank een stropdas dragen onder hun witte slagersjas, waar een andere medewerker continu met kippen aan het spit heen en weer loopt (die worden in een apparaat op straat gegrild), waar je afrekent aan de kassa bij de slagersvrouw.
Die laatste stond vanochtend aan een klant te vertellen dat haar dochter dit weekend op reis zou gaan. Naar Amsterdam. Ik spitste mijn oren terwijl ik mijn bestelling deed – wat voor mij nog niet meevalt: Frans praten en Frans luisteren tegelijk. De vrouw van de slager gaf wat algemene details over hoe de reis was geregeld, welk transportmiddel er zou worden gebruikt en meer van die praktische dingen.
De vrouw tegen wie ze sprak verliet de winkel en zei ondertussen: 'Maar wel een mooie stad, Amsterdam. En je kunt er natuurlijk goed dit doen,' en daarbij deed ze met haar hand alsof ze een dikke joint rookte. Ik moest lachen. De geblondeerde vrouw schatte ik op iets ouder dan ik, maar dat was niet waarom ik moest lachen.
Een dikke joint: dat is Amsterdam nu eenmaal voor buitenlanders. Zoals Parijs Eiffeltoren en oh-la-la is. Klopt als een bus, maar het geeft een licht verengd beeld. Ik zei tegen de klant: 'Niet iedereen loopt de hele dag zo te doen,' en ik imiteerde haar blowgebaar, 'ik kan het weten, want het is mijn stad.’ 'Oh, komt u uit Amsterdam?' vroegen zij en de slager in koor. 'Maar het is toch toegestaan, en de mensen komen er speciaal voor?' zei de vrouw. Dat kon ik niet ontkennen. Alleen al het gegeven dat je in Nederland openlijk mag blowen heeft iets heel exotisch.
De blonde klant vertrok, en ik informeerde nog even verder bij de kassa. De dochter zou vijf dagen gaan, met haar petit ami, haar vriendje. Haar moeder vertelde dat ze een hotel had in het centrum. 'Daar zit je al gauw,' zei ik heel flauw. Vlakbij de musea, zei de slagersvrouw. En bij de coffeeshops, dacht ik, nog flauwer. Ze vermoedde dat het wel goed zou komen met de temperatuur, de lente leek haar een goed jaargetijde voor een bezoek aan Amsterdam. Inderdaad, prima weertje om eens lekker een dikke joint op te steken.
Wie dit weekend in Amsterdam een meisje ziet lopen met een wazige blik in haar ogen, dat stamelt 'Je ne me sens pas très bon,' weet: het is de dochter van de slager uit Parijs.